Preventie Ongewenste Intimiteiten

Voor alle mensen die in een afdeling actief zijn, is een fysiek en sociaal veilige werkomgeving belangrijk. De afdeling moet ook in haar eigen belang werken aan het voorkomen van seksueel misbruik en seksueel ongewenst gedrag. Op deze pagina vind je informatie die je daarbij kan helpen.
Preventie Ongewenste Intimiteiten
Direct naar
  • Protocol Preventie Ongewenste Intimiteiten
  • VOG
  • Gedragscode
  • Omgangsregels
  • Risicoanalyse
  • Vertrouwenscontactpersoon
  • Gratis training VCP
  • Op de agenda
  • Meldprotocol
  • Documentaire ´Wat je niet ziet´

Protocol Preventie Ongewenste Intimiteiten

Het voorkomen van seksueel misbruik of ongewenst gedrag is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokkenen bij Jong Nederland. Om hierbij te helpen, is het Protocol Preventie Ongewenste Intimiteiten ontwikkeld. Het protocol is er als ondersteuning bij het voorkomen van en omgaan met seksueel misbruik en seksueel ongewenst gedrag. Het is te downloaden op het leidinggedeelte en te koop in onze webwinkel.

VOG

Het Landelijke Bestuur Jong Nederland adviseert om voor alle kaderleden en bestuursleden een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan te vragen. Een VOG sluit seksueel misbruik in het verleden en toekomst niet uit, maar laat wel zien dat wij als Jong Nederland ons bewust bezig houden met dit onderwerp en kan zo potentiële daders wel afschrikken.

Meer informatie over de VOG

Als Jong Nederland-afdeling kunnen jullie gratis VOG’s voor jullie vrijwilligers aanvragen. Meld jullie afdeling aan via de stappen op www.gratisvog.nl.

 

Om gratis VOG’s aan te vragen, heb je vanaf 1 juli 2021 minimaal eHerkenning2+ nodig.

Downloads

Gedragscode

Niets is zo fijn om als Jong Nederland afdeling te kunnen zeggen dat je een geoliede machine bent die haar zaakjes goed op orde heeft. Zowel voor vrijwilligers als voor de leden. Dit houdt in dat naast de aanwezigheid van een fysiek veilige (speel)omgeving en veilige materiaal, leden zich ook veilig kunnen vóelen. Voor alle mensen die in een afdeling actief zijn, is een fysiek en sociaal veilige omgeving belangrijk.

De afdeling moet ook in haar eigen belang werken aan het voorkomen van seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag. Een van de stappen die het Landelijk Bestuur van Jong Nederland heeft genomen om de organisatie veiliger te maken, is de invoering van het verplicht ondertekenen van de gedragscode.

Alle vrijwilligers, stagiaires en betaalde krachten moeten de gedragscode tekenen. Afdelingen zijn zelf verantwoordelijk voor het laten tekenen van de gedragscode en voor het bewaren hiervan. Deze kunnen desgewenst opgevraagd worden door het Landelijk Bestuur. Een ondertekende gedragscode kan in geval van grensoverschrijdend gedrag helpen in een juridisch (strafrechtelijk of tuchtrechtelijk) traject. De vrijwilligers, stagiaires en betaalde krachten dienen, voor het tekenen van de gedragscode, kennis genomen te hebben van de toelichting op de gedragscode. De gedragscode en de toelichting zijn hieronder te downloaden. We bevelen aan om de gedragscode op te nemen bij vrijwilligers- en arbeidsovereenkomsten.

Downloads

Omgangsregels

Een manier om een veilige omgeving te creëren is het actief hanteren en uitdragen van de omgangsregels die binnen Jong Nederland zijn vastgesteld. Deze regels worden gebruikt als huisregels van iedere Jong Nederland afdeling. Elke vrijwilliger, jeugdlid, ouder of andere betrokkene binnen de organisatie houdt zich aan deze huisregels.

Alle Jong Nederland afdelingen hebben posters ontvangen met de omgangsregels. Om ervoor te zorgen dat de omgangsregels goed te zien zijn voor iedereen, hangt de poster met omgangsregels van Jong Nederland op een goed zichtbare plek.

Tip: Hang de poster op bij de ingang van de accommodatie en op diverse andere plaatsen in de accommodatie zodat iedereen de omgangsregels vaker tegenkomt.

Omgangsregels Jong Nederland

Wij vinden het belangrijk dat iedereen die naar Jong Nederland komt, zich prettig en veilig voelt. De omgangsregels geven aan hoe we op een fijne manier met elkaar om kunnen gaan. Wanneer iedereen zich aan deze huisregels houdt, zorgen we er samen voor dat iedereen een leuke tijd heeft hier.

  1. Respecteren en accepteren. Iedereen hoort erbij.
  2. Houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft.
  3. Alle dingen hebben een doel. Kapotmaken is niet cool.
  4. Ben bewust van je invloed in de groep. Ga er verstandig mee om en kwets niemand.
  5. Pesten is nooit goed. Zorg dus dat je aardig doet.
  6. Schelden, uitlachen, roddelen, doe daar niet aan mee. Tegen gemeen zijn zeg je: Nee!
  7. Een groep vorm je met elkaar. Negeren is dus raar.
  8. Vind je iets niet fijn? Zeg dan: “Stop, houd op!” Lukt het niet alleen, vraag dan hulp.
  9. Doe geen dingen die de ander niet wil. Houd gepaste afstand, dat is wel zo chill.
  10. Help elkaar waar nodig is, dan gaat het nooit mis!
  11. Zorg je mee voor een fijne sfeer? Denk dan aan deze afspraken, telkens weer.

Risicoanalyse

We raden afdelingen aan om een risicoanalyse te maken op hun afdeling. Niet overal en niet bij iedere functie is de kans op seksueel misbruik even groot. Kijk op de afdeling wie er met de kinderen werken, op welke momenten en in welke context.

De persoon
Het gaat in deze niet zozeer om individuen als wel om functies. Het is vaak eenvoudig om vast te stellen wie er direct met jeugdleden te maken krijgt. Minder duidelijk is het bij functies waarbij een medewerker wel op de afdeling aanwezig is, maar geen begeleidingstaken heeft naar de jeugdleden. Denk bijvoorbeeld aan iemand die de tuin onderhoudt of de was doet. Per afdeling moet ingeschat worden of deze personen een risico vormen voor de jeugdleden. Van personen (plegers) die kinderen misbruiken, is bekend dat zij kwetsbare kinderen op grote afstand herkennen. Soms werken zij jarenlang aan het opbouwen van een relatie met het kind, voordat het misbruik daadwerkelijk plaatsvindt. Personen in dit soort functies kunnen voldoende gelegenheid hebben om toch een contact met het kind op te bouwen.

De gelegenheid
Het gaat hier om situaties waar de vrijwilliger alleen is met minderjarigen of situaties waar lichamelijk contact onvermijdelijk of gewenst is.

Is het in jullie afdeling vanzelfsprekend dat volwassenen alleen zijn met een minderjarige? Dan kán dit een risico vormen en gelegenheid bieden tot misbruik voor plegers. Hoe zijn de verhoudingen tussen vrijwilligers en jeugdleden? Zolang het onderwerp seksueel misbruik bespreekbaar is en iedere vrijwilliger weet dat hij of zij terecht kan met twijfels over het eigen handelen of dat van anderen bij de vertrouwenspersoon, kan de gelegenheid tot misbruik worden beperkt.

De omgeving
Je accommodatie en de omgeving kunnen een potentiële pleger de ruimte geven die hij of zij nodig heeft voor grensoverschrijdend gedrag. Zijn er veel afgesloten of afgelegen ruimtes (waar geen zicht is op wat er binnen gebeurt)? Hoe is een accommodatie ingericht? Slapen vrijwilligers samen met minderjarigen in één ruimte? Dit alles vraagt om een kritische blik en inschatting van de risico’s.

De risicoanalyse

  • Welke risico’s zijn er bij ons? (risico’s inventariseren)
  • Hoe groot zijn deze risico’s?
  • Welke risico’s kunnen worden verkleind?
  • Welke risico’s zijn het meest urgent?

Uit de risicoanalyse kunnen een aantal verbeterpunten naar voren komen. Ga met een aantal personen na wat er aan deze risicovolle situaties gedaan kan worden.

Vertrouwenscontactpersoon (vcp)

Jong Nederland adviseert afdelingen een vertrouwenscontactpersoon aan te stellen waar vrijwilligers, jeugdleden, ouders en andere betrokkenen terecht kunnen. Bij een vertrouwenscontactpersoon kun je terecht met vragen, dilemma’s, klachten en vermoedens met betrekking tot grenzen, grensoverschrijdingen en seksueel misbruik bespreekbaar te maken.

De afdeling kan kiezen voor een vertrouwenscontactpersoon die deel uitmaakt van de afdeling (interne vertrouwenspersoon) of een externe vertrouwens(contact)persoon. Een interne vertrouwenscontactpersoon kent de afdeling en de cultuur beter. De leden kennen haar of hem waardoor de drempel om naar deze persoon te stappen laag is. Een externe vertrouwens(contact)persoon staat verder van de afdeling af en kan zich daardoor onpartijdig en onafhankelijker opstellen.

Verschil vertrouwenspersoon en vertrouwenscontactpersoon
> Een vertrouwenspersoon begeleidt een slachtoffer of beschuldigde en kan bijvoorbeeld ook mee gaan naar de tuchtcommissie of politie. Een vertrouwenspersoon volgt een geaccrediteerde opleiding.
> Een vertrouwenscontactpersoon (VCP) biedt de eerste opvang. De VCP gaat in gesprek met slachtoffer of beschuldigde en onderzoekt waar de persoon in kwestie terecht kan met zijn hulpvraag en welke mogelijke stappen genomen kunnen worden. De VCP binnen een organisatie is beschikbaar voor zowel slachtoffer als beschuldigde.

Landelijke ondersteuning
De vertrouwenscontactpersoon kan bij het uitoefenen van zijn taak ondersteuning nodig hebben. Hij kan dit krijgen bij het Landelijk Bestuur van Jong Nederland. In noodgevallen en bij calamiteiten is Jong Nederland 24 uur bereikbaar.

Downloads
Profiel
De vertrouwenscontactpersoon:
  • is geen bestuurslid;
  • wordt vertrouwd door de kinderen, ouders en verzorgers, en afdeling;
  • is gemakkelijk bereikbaar en te benaderen;
  • kan zowel met kinderen als volwassenen goed communiceren. Kan een vertrouwelijk gesprek voeren met klager, beschuldigde of vereniging;
  • heeft een invoelend vermogen, is in staat elke melding serieus te nemen en kan signalen van kinderen begrijpen;
  • heeft kennis van de aard en omvang van ongewenste intimiteiten en welke gevolgen dit heeft;
  • kan met vertrouwelijke informatie omgaan en is in staat zich onafhankelijk op te stellen;
  • kent de sociale kaart betreffende grensoverschrijdend gedrag;
Taken
De vertrouwenscontactpersoon:
  • brengt het onderwerp ongewenste intimiteiten regelmatig onder de aandacht bij de afdeling;
  • signaleert ongewenste omgangsvormen binnen de afdeling, maakt deze bespreekbaar en geeft advies bij vragen op het gebied van intimiteit en contact met jeugdleden;
  • is het eerste aanspreekpunt bij vragen, dilemma’s, vermoedens of meldingen met betrekking tot ongewenste intimiteiten;
  • draagt zorg voor de eerste opvang van leiding en slachtoffers die met ongewenste intimiteiten zijn geconfronteerd en verwijst hen eventueel naar hulpverlenende instanties;
  • handelt volgens het protocol ongewenste intimiteiten;
  • houdt een logboek bij vanaf het moment dat er melding is gedaan en houdt hiervan een archief bij;
  • doet een melding bij het Landelijk Bestuur indien er sprake is van (vermoeden van) ongewenste intimiteiten.
Andere taken
Ook in andere situaties kan de vertrouwenscontactpersoon een rol spelen. Bijvoorbeeld:
  • een ouder is het oneens met bepaalde activiteiten tijdens de opkomst en vindt het moeilijk om leiding rechtstreeks aan te spreken of vindt dat er onvoldoende gehoor is,
  • de leiding van de ene leeftijdsgroep ergert zich aan het drankgebruik van leiding in een andere leeftijdsgroep,
  • de sfeer bij de Junioren verslechtert, omdat een paar pestkoppen de boel verzieken,
  • de traditionele kampdoop bij de Senioren wordt wel erg extreem en onplezierig voor wie hem moet ondergaan.

Gratis training vertrouwenscontactpersoon

De vertrouwenscontactpersoon (VCP) biedt vrijwilligers de mogelijkheid om in vertrouwen over grensoverschrijdend gedrag zoals pesten, discriminatie of seksuele intimidatie te praten. De VCP gaat in gesprek met slachtoffer of beschuldigde en onderzoekt waar de persoon in kwestie terecht kan met zijn hulpvraag en welke mogelijke stappen genomen kunnen worden. Daarnaast helpt de VCP het bestuur grensoverschrijdend gedrag binnen de organisatie te voorkomen aan de hand van het beleid.

NOV biedt een training aan om te worden opgeleid tot VCP. Deze training duurt een dag en tijdens de training komen de volgende onderdelen aan bod:

  • De taken van de VCP:
    – Preventie van grensoverschrijdend gedrag binnen de organisatie
    – Meldingen behandelen
  • Oefenen van gesprekstechnieken.
  • Zichtbaarheid van de VCP binnen de organisatie.
  • Organisaties waar melders terecht kunnen, zowel landelijk als regionaal.

De trainingen vinden op locatie plaats.
Het minimum aantal deelnemers is 6, het maximum aantal deelnemers is 18.

Webinar rol VCP

We organiseren ook webinars waarin de rol van VCP verduidelijkt wordt. Deze webinars zijn bedoeld voor bestuurders. Ze duren een uur. De bestuurders leren dan wat de functie van VCP inhoudt, wie ze daarvoor kunnen vragen en wat hun rol is in het behandelen van meldingen.

Data en locaties

Maandag 6 september 20.00 – 21.00 uur: online webinar rol VCP
Woensdag 8 september 20.00 – 21.00 uur: online webinar rol VCP

Zaterdag 2 oktober 09.00 – 17.00 uur: training VCP
=> locatie Jong Nederland Borkel en Schaft
Zaterdag 9 oktober 09.00 – 17.00 uur: training VCP
=> locatie Jong Nederland Saasveld
Zondag 10 oktober 09.00 – 17.00 uur: training VCP
=> locatie Jong Nederland Harmelen

Zet het onderwerp POI op de agenda

Om seksueel misbruik of ongewenst gedrag te voorkomen, moet het onderwerp bespreekbaar gemaakt worden. Een goed preventiebeleid kan veel leed voorkomen. Alle afdelingen moeten proberen een situatie te creëren waarin de kans op misbruik zo klein mogelijk is.

Het agenderen van dit onderwerp kun je ook
in etappes doen:

  • agenderen in het bestuur.
  • agenderen en voorbereiden met speciale bestuurscommissie.
  • agenderen tijdens thema-avond met de vrijwilligers.
  • agenderen tijdens een themabijeenkomst met betrokkenen.

 

Het is niet zo dat je het onderwerp eerst in al deze aspecten agendeert en daarna pas vervolgstappen gaat zetten. Om het onderwerp te kunnen bespreken met begeleiders, kinderen en ouders is voorbereiding nodig op het gebied van omgangsregels, gedragscode, risicoanalyse, vertrouwenspersoon, VOG, meldprotocol, statuten, tuchtrecht en het registratiesysteem. Al deze onderdelen grijpen in elkaar en vormen samen het fundament van een goed preventiebeleid. Ga dus niet “out of the blue” met alle betrokkenen over seksueel misbruik praten. Bespreek het eerst in het bestuur en bepaal vervolgens welke doelgroepen op welk moment betrokken of geïnformeerd moeten worden. Op die manier introduceer je het onderwerp binnen je afdeling.

Meldprotocol: Signaleringstaak en meldplicht

Wat te doen bij (een vermoeden van) ongewenste intimiteiten en/of seksueel misbruik
  1. Signaleren

    Iedereen binnen Jong Nederland kan seksueel misbruik signaleren. Om signalen op te pikken is het van belang te weten welke signalen kunnen leiden tot vermoedens van seksueel misbruik. Als er situaties voordoen waar je geen goed gevoel over hebt en je maakt je zorgen, maak dit dan bespreekbaar. Hier zijn een aantal tips voor het omgaan met signalen:

    • Zet de signalen op een rij en bekijk ze objectief.
    • Volg je eigen gevoel.
    • Zoek niet naar bewijzen.
    • Trek geen overhaaste conclusies, maar laat het er ook niet te snel bij zitten.
    • Neem contact op met het bestuur of de vertrouwenspersoon.
    • HANDEL NOOIT ALLEEN!

    Spontane onthulling
    Het kan ook zijn dat een jeugdlid je spontaan vertelt over het misbruik of dat een ouder zijn zorgen naar je uitspreekt. Luister dan naar het verhaal en stel zo weinig mogelijk vragen. Het stellen van vragen kan er namelijk bij kinderen voor zorgen dat hun herinnering vervormd wordt, waardoor een eventueel later onderzoek door de politie minder betrouwbaar wordt. Verwijs ouders en/of kind door naar de vertrouwenspersoon en vertel dat je ook zelf de vertrouwenspersoon inlicht. Neem nooit zelf contact op met de vermoedelijke pleger. De beste manier om het misbruik te stoppen en aan te pakken, is een objectief en een officieel onderzoek.

    Betrapping op heterdaad
    Wanneer je zelf iemand op heterdaad betrapt, blijf dan rustig en laat het slachtoffer niet alleen. De veiligheid van het kind staat voorop. Als de situatie bedreigend is, bel dan 112 zodat de politie kan ingrijpen. Laat de toestand zoveel mogelijk onaangeroerd in verband met een eventueel sporenonderzoek. Stel ook hier zo weinig mogelijk vragen, maar stel het kind op zijn/haar gemak. Bel de zedenpolitie, meld waarover het gaat en vraag om instructies. Licht dan later de vertrouwenspersoon en het bestuur in.

  2. Meldplicht

    Iedereen die seksueel misbruik vermoedt, of erover hoort, is verplicht dit te melden bij het bestuur en/of de vertrouwenspersoon. De meldplicht overstijgt alle andere belangen die in het geding zouden kunnen zijn, zoals de wens tot geheimhouding bij het slachtoffer. Je kunt het slachtoffer geen geheimhouding beloven. Wanneer je twijfelt over de ernst of het terecht zijn van een vermoeden, kun je overleggen met de vertrouwenspersoon. Je kunt ook met je vragen of voor advies altijd terecht bij Veilig Thuis. Dit kan anoniem. Een melding is nog geen beschuldiging! Na een melding wordt zorgvuldig en objectief onderzocht wat er aan de hand is. Er is oog voor zowel de privacy en belangen van het vermoedelijke slachtoffer als die van de beschuldigde. Het bestuur is verantwoordelijk om tot verder handelen over te gaan. Hiervoor heeft Jong Nederland een stappenplan ontwikkelt.

    Voorlopige zwijgplicht na een melding

    Naast de meldplicht geldt een voorlopige zwijgplicht voor het bestuur, de melder en de leiders binnen Jong Nederland ten opzichte van derden. Natuurlijk kunnen de betrokkenen zich wel uiten bij de vertrouwenspersoon. Een voorlopige zwijgplicht is nodig zodat er niet meer personen bij een zaak worden betrokken dan noodzakelijk is. Er moet worden voorkomen dat geruchten ontstaan en iemand al bij voorbaat als ‘schuldig’ wordt bestempeld. De zwijgplicht is ook belangrijk om te zorgen dat een eventuele strafrechtelijke procedure niet wordt belemmerd.

    Als Jong Nederland afdeling kun je ten allen tijde overleggen met het Landelijk Bureau. Je bent ook verplicht te melden als er sprake is van (een vermoeden van) ongewenste intimiteiten.

Documentaire ´Wat je niet ziet´

Gemeente Amsterdam heeft een documentaire laten maken over grensoverschrijdend gedrag bij vrijwilligers: ‘Wat je niet ziet’.

Ook vrijwilligers kunnen grenzen van fatsoen overschrijden, vooral als zij een vertrouwelijke band ontwikkelen met een kind, deelnemer of cliënt. Hoe zorg je er als betrokkene (ouder, vrijwilligerscoördinator, bestuurslid) voor dat vrijwilligers zich aan bepaalde regels houden? En hoe reageer je op signalen?